Wat is Ayurveda?

Ayurveda is een wetenschappelijke geneeskunde, die volgens schattingen 5000 jaar geleden in India haar oorsprong vindt. Het is een wetenschap van het leven die bestaat uit een filosofie en praktijk van genezen op zowel medisch als metafysisch niveau. Het praktiseren van Ayurveda is erop gericht menselijk geluk en gezondheid alsmede creatieve groei te stimuleren. Ayurveda betekent ‘Kennis van het leven’.

Definitie en doel van Ayurveda

In dit hoofdstuk Definitie en doel Ayurveda vind je de volgende onderwerpen:

  • Inleiding
  • Definitie van Ayurveda
  • Doel van Ayurveda
  • Het leven volgens Ayurveda
  • Gezondheid volgens Ayurveda

Inleiding – Definitie en doel van Ayurveda

De wijsheid, wetenschap en praktische ervaring van Ayurveda zijn enerzijds duizenden jaren oud en worden anderzijds vandaag de dag nog steeds volop beoefend, in India en steeds meer en meer ook in de westerse wereld. Moderne geneeskunde is voornamelijk gericht op het bestrijden van symptomen.

Ayurveda heeft ten doel zowel ziekten te genezen als ziekten te voorkomen. Het doet dit door wat we heden zouden benoemen als ‘preventieve gezondheidszorg’ en het plaatst dit gegeven in een holistisch perspectief waar zowel lichaam en geest een rol spelen. Ayurveda legt daarbij veel nadruk op een natuurlijke en gezonde balans in ieders leven, waarbij ervan wordt uitgegaan dat ieder individu daarin uniek is.

Definitie van Ayurveda

“Ayurveda is de wetenschap van het lang en gezond leven”

Binnen de rijke religieus-mythologische traditie van India bestaan er meerdere en verschillende versies over het ontstaan van de Ayurvedische geneeskunde. Maar of het nu om wetenschap gaat of om mythologie, voor Ayurveda geldt binnen de Indiase traditie altijd het volgende:

“Ayurveda – de wetenschap van het leven – is tijdloos en eeuwig, het heeft noch een begin noch een einde. Het leven zelf, het intellect, de ziel en het universum hebben eveneens noch een begin noch een einde. Er heeft nooit een tijd bestaan waarin de stroom van het leven of de stroom van universele intelligentie niet stroomde. Daaruit vloeit natuurlijkerwijze voort, dat de wetenschap die zich met het leven bezig houdt, eveneens eeuwig en tijdloos is.”

Hitahitam sukham dukham ayustasyah hitahitam

Manam cha tachcha yatroktam ayurvedah sa uchyate.

Bovenstaande sutra betekent:

“Dat wat ons vertelt:

  • wat daarvoor (voor lang en gezond leven) ondersteunend en afbrekend is
  • wat de condities van geluk en misère zijn
  • wat het leven onderdrukt en stimuleert
  • en hoe men mensen kan behandelen

dat is Ayurveda.”

Doel van Ayurveda

Het doel van Ayurveda gezonde mensen helpen gezond te blijven en zieke mensen helpen gezond te worden. Om dit doel te bereiken onderwijst Ayurveda een wetenschap die voornamelijk op zelf-kennis en –inzicht gericht is.

Het is een wetenschap van het leven die bestaat uit een filosofie en praktijk van genezen op zowel medisch als metafysisch niveau. Het praktiseren van Ayurveda is erop gericht menselijk geluk en gezondheid alsmede creatieve groei te stimuleren.

Dit alles teneinde de vier basisbehoeften van het menselijke leven te vervullen:

  • Dharma – levenstaak van ieder individu binnen de maatschappij
  • Artha – welvarendheid voor iedereen
  • Kama – welzijn en genot voor iedereen
  • Moksha – bevrijding en verlichting

Gezondheid volgens Ayurveda

Binnen de Ayurveda wordt ware gezondheid aangeduid met de term Swastha, hetgeen betekent “staan in je ware zelf”.

Sama dosha samagnisca sama dhatu mala kriyah

prassanatmendriya manah svastha itya bhidhiyate.

Bovenstaande sutra betekent: “Hij/zij die in zich in zijn ware zelf bevindt, wiens Doshas (biokrachten) in evenwicht zijn, wiens Agni (metabolisme) in evenwicht is, wiens weefsels gezond zijn, wiens uitscheiding van afvalproducten goed is, wiens handelingen juist zijn, en wiens geest, ziel en zintuigen in extase zijn, hij/zij wordt gezien als iemand die perfect gezond is.”

Het leven volgens Ayurveda

Ayurveda biedt een holistische benadering van het leven met vele niveaus van dynamiek en interactie. Een belangrijk aspect daarbij wordt gevormd door het uitgangspunt dat lichaam en geest voortdurend met elkaar in interactie zijn en elkaar wederzijds beïnvloeden.

Ook modern wetenschappelijk en medisch onderzoek beweegt steeds meer in de richting van acceptatie van een dergelijk uitgangspunt. Daarbij is ook steeds meer duidelijk dat met name de hormoonklieren en –systemen in het lichaam een belangrijke rol spelen als brug tussen het emotioneel-mentale enerzijds en het lichamelijke anderzijds.

Ayurveda heeft altijd al veel aandacht aan deze interactie besteed en haar expertise op dit gebied kan van veel nut zijn bij het effectief implementeren van deze bevindingen. Ayurveda is rijk aan wat men zou kunnen omschrijven als body/mind remedies, hetgeen bij de behandeling van vandaag de dag steeds meer voorkomende duidelijke psychosomatische aandoeningen van groot nut kan zijn.

Behalve remedies heeft Ayurveda hier nog meer te bieden, met name op het gebied van het therapeutisch inzetten van bijvoorbeeld yoga of meditatie, de waarde waarvan ook in de medische wereld steeds meer wordt ingezien en geaccepteerd.

Sharirendriya satvatma samyogodhari jivitam

mityagas chanubandhascha paryanair ayur ucyate.

Bovenstaande sutra betekent:

“Het leven is de intieme relatie tussen:

  • lichaam
  • geest
  • zintuigen
  • ziel.”

 

© 2003 Holisan BV, Lelystad

De bakermat van Ayurveda

In dit hoofdstuk ‘De bakermat van Ayurveda’ vind je de volgende onderwerpen:

  • Inleiding
  • Geschiedenis
  • Cultuur
  • Religie
  • Verbinding met het westen

Inleiding – India en de oorsprong van Ayurveda

De oorsprong van Ayurveda ligt in India en gaat duizenden jaren terug. De oudste teksten over Ayurveda zijn – naar de laatste wetenschappelijke bevindingen – ongeveer 5000 jaar geleden op schrift gesteld. Men gaat ervan uit dat er daarvoor voornamelijk een mondelinge overlevering was. De oude teksten zijn meestal in een vorm van poëzie, die ervoor zorgt dat ze makkelijker te onthouden zijn dan gewoon proza. Deze poëzievorm uit zich in de oude Ayurvedische teksten in het gebruik van zogenaamde Sutra’s – ofwel ‘draadjes’: alle draadjes aan elkaar geknoopt vormt één weefgetouw van kennis.

Cultuur

Binnen India zijn in de loop van de laatste duizenden jaren meerdere culturen bij elkaar gekomen en min of meer versmolten. In het zuiden overheerst voornamelijk de Dravidische cultuur met Dravidische talen. In het noorden overheerst de Indo-Europese cultuur, waarvan het Sanskriet als moedertaal geldt.

Het Sanskriet heeft overeenkomsten met de Europese talen, die ook van Indo-Europese oorsprong zijn. Door die Indo-Europese connectie is de zogenaamde scheiding tussen westers en Indiaas oosters gedachtegoed eigenlijk kleiner dan veel mensen aanvankelijk denken. Op het gebied van de geneeskunde uit zich dat in overeenkomsten tussen de oude Griekse geneeskunde van Hippocrates en de ayurvedische geneeskunde.

Wetenschap en religie waren in India duizenden jaren geleden al hoog ontwikkeld. Over de hoogtijdagen van de Indiase cultuur is praktisch gezien niet zoveel bekend, maar wel is er een schat aan wetenschappelijke literatuur overgeleverd. Die wetenschap omvat vele verschillende richtingen: van wiskunde, astronomie en architectuur tot astrologie, yoga en Ayurveda, de Indiase geneeskunde.

De cultuur van India is gebaseerd op een hoog wetenschappelijk en cultureel niveau dat ook altijd in verbinding met religie en levensbeschouwing heeft gestaan. De basis van de cultuur en haar manifestaties ligt in de Veda’s, heilige geschriften over zowel wetenschappelijke als religieuze onderwerpen. Deze oeroude geschriften worden in de Indiase traditie als goddelijk geïnspireerd gezien, vergelijkbaar met de Bijbel in het Christendom. In de Indiase cultuur is ook nu nog de wetenschap vaak niet van het metafysische losgekoppeld. Dat geldt ook voor Ayurveda. Desalniettemin is veel van de informatie er niet minder wetenschappelijk of nauwkeurig door.

Geschiedenis

De culturele rijkdom van India heeft ook veel invloeden van buitenaf ondergaan. In de loop der tijd heeft India contact met vele andere werelden gehad. Handelsroutes gingen van en naar of door India. Alexander de Grote is vanuit het Arabische gebied tot in India gereisd en ook later was er veel contact tussen India en het Midden Oosten. Naar het noorden toe heeft India altijd contact met Tibet en China gehad. Er vond tussen al die culturen een wederzijdse uitwisseling plaats op zowel handels-, cultureel en wetenschappelijk gebied. Ook op het gebied van de geneeskunde moet er een wederzijdse uitwisseling hebben bestaan.

Politiek gezien bestond India uit een verzameling van koninkrijken en vorstendommen. Een koning werd Raja of Maharaja genoemd. Ayurveda is waarschijnlijk voornamelijk ontstaan als een leefwijze en geneeskunde voor de koningen en hun hof. Yoga en de daarbij behorende leefregels voor een gezond lichaam en geest was meer voor de asceten en priesters. Maar in essentie zijn beiden op dezelfde filosofie en levensbeschouwing gebaseerd.

Omdat Ayurveda meer gericht was op mensen aan het hof, die op jacht gingen, staan er veel verwijzingen in de oude teksten over de voedings- en genezende waarden van allerlei verschillende soorten vlees. Omdat ook oorlog bij het leven van de koningen hoorden, schoolden artsen zich in het behandelen van wonden en het doen van operaties. Er bestond op dit gebied binnen de Ayurveda al vroeg een grote expertise.

Religie

India heeft een rijke en diverse religieuze historie. Doordat het Indiase religieuze bewustzijn van nature openstond voor veelzijdige variatie op het thema van uiteindelijk één overkoepelend goddelijk principe, ontstonden er vaak nieuwe stromingen en vonden tevens andere religies een toegang tot het land. Het land is rijk aan religieuze stromingen die in de loop van de geschiedenis in India zijn ontstaan en die vandaag de dag worden samengevat onder de aanduiding ‘Hindoeïsme’.

Eigenlijk was de religie van India aanvankelijk vooral een metafysische levensbeschouwing – ook wel aangeduid met Sanatan Dharma, ofwel ‘eeuwige religie’ – die gebaseerd was op de Veda’s waarin een grote plaats was weggelegd voor wetenschap en filosofie. De wereld werd onder andere gezien als voortkomend uit de vereniging van het abstracte mannelijke principe – Purusha – en het abstracte vrouwelijke principe – Shakti of Prakruti.

De andere religies die in de loop van de geschiedenis in India een plaats gevonden hebben:

Boeddhisme: sinds de 5e eeuw voor Christus won het Boeddhisme terrein in India; het was aanvankelijk een volksbeweging waarbinnen ook veel waarde werd gehecht aan wetenschap en met name geneeskunde. Via het verspreidende boeddhisme is er altijd een levend contact met Tibet en China geweest, hetgeen zich ook weerspiegelt in de overeenkomsten tussen de geneeskundige tradities van India, Tibet en China.

Christendom: al in de eerste eeuw na Christus hebben zich christenen in het zuiden van India gevestigd. Pas veel en veel later kwamen de Portugezen, Nederlanders, etc., op hun handelsmissies naar het Verre Oosten.

Islam: vanuit het Midden Oosten kwamen steeds meer veroveringstochten voor op het Indiase grondgebied. Met de nieuwe heersers kwam ook de Islam en het Arabische gedachtegoed India binnen. Ook daarvoor was er al een cultureel-wetenschappelijke uitwisseling met de Arabische landen. Daaruit is de Unani geneeskunde voortgekomen, een mengeling tussen Ayurveda en een op de oude Griekse geneeskunde gebaseerde geneeskunde die in de moslimlanden van het Midden Oosten populair was.

Verbinding met westen

India en het westen stammen gedeeltelijk van eenzelfde oercultuur af: de Indo-Europese cultuur. Dat weerspiegelt zich onder andere in een taal die een zelfde oorsprong en structuur heeft. Veel woorden en begrippen in Europese talen lijken nog altijd op zelfde woorden en begrippen in het Sanskriet. Er zijn meer overeenkomsten tussen de westerse en de oosterse Indiase gedachtewereld. Dat is al duidelijk bij een Grieks filosoof als Plato die over geneeskunde en filosofie schreef op een wijze die zeer veel gelijkt op de geneeskunde en achterliggende filosofie van India.

 

© 2003 Holisan BV, Lelystad

India, geografie

In dit hoofdstuk India – geografie vind je de volgende onderwerpen:

  • Inleiding
  • Klimaat
  • Flora en fauna

Inleiding – De locatie van India

India ligt in Azië en strekt zich uit van de eeuwig besneeuwde Himalayas in het noorden tot de tropische palmbossen van Zuid-India, bijna 3000 kilometer zuidelijker en daar al heel dicht in de buurt van de evenaar. Ook van oost naar west heeft India altijd een enorm gebied omvat. Het tegenwoordige Pakistan en Bangladesh behoorden tot een paar decennia terug bij India.

India wordt doorkruist door een aantal grote rivieren waarvan de Ganges de bekendste is. De Ganges is voor de Indiërs een heilige rivier waarvan het water helende krachten zou bezitten. Andere grote rivieren zijn de Yamuna, de Narmada en de nu opgedroogde Indus, waaraan India haar naam te danken heeft. India wordt voor een groot gedeelte omsloten door zee, de Golf van Bengalen aan de oostkant en de Arabische zee aan de westkant.

Klimaat

In India komen bijna alle klimaatzones voor, van een bijna polair klimaat hoog in de Himalayas tot een tropisch warm klimaat in het zuiden; van droge woestijnen tot regenwouden; van zeeklimaat tot landklimaat. Die variatie heeft zijn invloed gehad op de veelzijdigheid van het Ayurvedische medische systeem, die met al deze klimaten rekening moest houden. De nadruk binnen de klassieke Ayurveda ligt echter op een warm en meer tropisch klimaat. Desalniettemin hebben de algemene ayurvedische principes in alle klimaatsituaties evenveel geldigheid en zijn ze overal toepasbaar.

Flora en fauna Door de grote variatie wat betreft geografie en klimaat, is de flora en fauna van India eveneens zeer veelzijdig. Dat heeft tot gevolg gehad dat er een enorme voorraad aan kruiden en andere remedies in het Ayurvedische arsenaal zijn opgenomen. Ook hier geldt dat de nadruk ligt op flora en fauna uit een warm en meer tropisch klimaat. Onderzoek heeft aangetoond dat India ook vandaag de dag nog een rijkdom aan verschillende geneeskrachtige planten herbergt. Mede dankzij Ayurveda is over veel van deze planten nog altijd veel oude kennis beschikbaar.

Ook over remedies die met dieren of dierlijke producten verbonden zijn, is nog steeds veel oude kennis beschikbaar. Zo worden in de Indiase ayurvedische praktijk nog steeds speciale bloedzuigers gebruikt, waarvan nu bekend is dat hun speeksel zeer geneeskrachtige enzymen bevat. Verder zijn er veel gegevens over de geneeskrachtige waarde van het vlees van verschillende dieren of van bijvoorbeeld de melk of de urine van verschillende dieren. Binnen de Ayurveda kunnen in principe alle producten van Moeder Natuur voor genezing worden aangewend.

 

© 2003 Holisan BV, Lelystad

Mythologie I

Brahma als oervader van Ayurveda

In dit hoofdstuk Mythologie I vind je de volgende onderwerpen:

  • Inleiding
  • Brahma als oervader van Ayurveda

In het vervolgende hoofdstuk Mythologie II vind je onderstaande onderwerpen:

  • Dhanvantari – de god van Ayurveda
  • Agni
  • Surya

Inleiding – mythologische en religieuze verhalen met betrekking tot de oorsprong van Ayurveda

Binnen de rijke religieus-mythologische traditie van India bestaan er meerdere en verschillende versies over het ontstaan van de ayurvedische geneeskunde. Maar of het nu om wetenschap gaat of om mythologie, voor Ayurveda geldt binnen de Indiase traditie altijd het volgende:

“Ayurveda – de wetenschap van het leven – is tijdloos en eeuwig, het heeft noch een begin noch een einde. Het leven zelf, het intellect, de ziel en het universum hebben eveneens noch een begin noch een einde. Er heeft nooit een tijd bestaan waarin de stroom van het leven of de stroom van universele intelligentie niet stroomde. Daaruit vloeit natuurlijkerwijze voort, dat de wetenschap die zich met het leven bezig houdt, eveneens eeuwig en tijdloos is.”

Brahma als oervader van Ayurveda

Er is een bekende sutra (poëtisch vers) over het ontstaan van Ayurveda waarin de god Brahma als oervader van de Ayurvedische kennis wordt erkend. Brahma staat in de Indiase religie voor het zuivere bewustzijn aan wie de oorsprong van het hele universum alsmede van alle wetenschappen wordt toegekend.

Sutra:

brahma smritvayusho vedam prajapatim ajigrahat, so’svinau tau shasraksham so’triputadikan munin. te’gniveshadikams te tu prithak tantrani te nire.

Bovenstaande sutra betekent:

“En toen kwam Ayurveda weer op in het bewustzijn van Brahma en hij gaf die kennis over aan Daksha Prajapatim, die het op zijn beurt aan de Ashwin tweeling doorgaf, en zij gaven de kennis weer door aan Indra. Indra onderwees het aan de zoon van Atri en aan andere wijzen. Zij gaven het weer door aan Agnivesha en aan anderen en die schreven ieder hun eigen traktaten over Ayurveda.”

Deze sutra geeft goed aan hoe mythologie zich mengt met de werkelijkheid van de geschiedenis: op een gegeven moment waren er inderdaad wijzen die traktaten over Ayurveda opgesteld hebben.

Indra was een god, maar hij onderwees Ayurveda volgens deze sutra aan de arts Bharadvaja (de zoon van Atri). Vandaar verspreidde de kennis zich naar andere wijzen. Hieronder bevond zich Atreya Punarvasu die zes belangrijke leerlingen had. De bekendste daarvan was Agnivesha wiens traktaat over Ayurveda de meeste erkenning kreeg. Sommige bronnen gaan ervan uit dat het dit boek van Agnivesha was dat later door de arts Charaka werd herzien en uitgegeven. Die uitgave werd weer herzien door een andere arts en is in die vorm overgeleverd en staat nu bekend als de Charaka Samhita, het oudste ayurvedische geschrift dat er nu nog is.

Atreya, Agnivesha en Charaka waren allen niet alleen arts maar ook filosoof. Dientengevolge is in de Charaka ook veel levensbeschouwelijke informatie te vinden, die nauw met de ayurvedische leer van het leven verbonden is. Ook het uiteindelijke doel van het leven – namelijk bevrijding, verlichting of eeuwig geluk – komt meermaals in het geschrift tot uiting.

 

© 2003 Holisan BV, Lelystad

Mythologie II

Dhanvantari, Agni, Surya

In dit hoofdstuk Mythologie II vind je de volgende onderwerpen:

  • Dhanvantari – de god van Ayurveda
  • Agni
  • Surya

In Mythologie I vind je de voorafgaande onderwerpen:

  • Inleiding
  • Brahma als oervader van Ayurveda

Dhanvantari – de god van Ayurveda

Er is een andere traditie die de oorsprong van Ayurveda toewijst aan de god Dhanvantari. Het verhaal gaat dat Dhanvantari koning van Varanasi – de meest heilige stad van India – was en zijn hele leven gewijd had aan de ontwikkeling van het chirurgie aspect van Ayurveda. Sommige bronnen beweren dat Dhanvantari 13 boeken over Ayurveda zou hebben geschreven, die allen verloren zijn gegaan.

Het verhaal hoe Dhanvantari in de wereld gekomen is, gaat als volgt:

In een oorlog tussen goden en demonen, krijgen beiden van Vishnu – de god die het universum in stand moet houden – de opdracht om samen de oceaan te karnen teneinde levensnectar te verkrijgen. Zo deden zij en tijdens het karnen van de oceaan kwamen er verschillende zaken en goden uit de oceaan te voorschijn. Als laatste verscheen uiteindelijk de god Dhanvantari met in zijn hand de pot met nectar – ook wel Amrita genoemd. Deze nectar is de basis van de geneeskunde en de geneeskracht van alle medicijnen en remedies.

Er bestaat een sterke connectie tussen de god Vishnu en de god Dhanvantari en zij hebben op afbeeldingen deels dezelfde attributen in hun handen. Er is een sutra die Dhanvantari beschrijft en bezingt. De vertaling luidt als volgt:

“Ere aan Hem, God Dhanvantari, die met zijn vier handen een hoornschelp, een energiewiel, een bloedzuiger en een pot met nectar vasthoudt. In wiens hart zich een subtiel, helder, aangenaam en lieflijk lichtschijnsel bevindt. Dit licht schijnt ook rondom zijn hoofd en lotusogen. Tegen het donkerblauwe water van de oceaan steekt zijn lichaam vol lichtstralen schitterend af. Zij lendenen en heupen zijn rijkelijk bedekt met een prachtig geel gewaad. Hij, die slechts als spel alle ziekten als in een bosbrand doet verdwijnen.”

Agni

Agni – vuur – en Surya – de zon – zijn in de Indiaase denk- en leefwijze twee heel belangrijke begrippen. Het zijn de schenkers van levensenergie, zowel op metafysisch niveau als op niveau van het dagelijkse leven met de zon die op- en ondergaat en de wereld verwarmt, en op het niveau van het lichaam waar Agni het verteringsvuur vertegenwoordigt.

Zowel Surya als Agni hebben een mythologische achtergrond. Agni is de god van het vuur. Agni is op materieel gebied de essentie van vuur, zoals Soma de essentie van water is. Volgens de ayurvedische traditie is er een god ofwel kosmische kracht binnenin ons aanwezig, die bepaalt hoe wij op fysiek niveau functioneren. Als we die god veronachtzamen, zullen we aan ziekte moeten lijden. Die god is niets anders dan ons eigen verteringsvuur en metabolisme, in Ayurveda eveneens aangeduid met ‘Agni’, net als de Vedische god van het vuur en van het vuuroffer.

Surya

Surya is een van de belangrijkste goden in India en wordt beschouwd als een vorm van Vishnu, net als Dhanvantari. Surya behoort tot de groep van Vedische goden: Indra, Agni, Soma en Surya. Surya is de zon en representeert het zichtbare uiterlijk en de aanwezigheid van het goddelijke. Surya representeert ook de verlichte geest en creatieve intelligentie; Surya is tevens de goddelijke schepper die alles transformeert. Surya heeft een sterke verbinding met Pitta in het lichaam.

Uit een religieuze tekst:

“De Zon is superieur aan alle planeten, en hij zal goedgunstig zijn jegens ieder die hem regelmatig eert. Van alle planeten is de Zon de incarnatie van God. Zij die met overgave en regelmaat hun aandacht richten op de Zon, zullen bevrijd worden van alle zorgen, ziekten en armoede, want het onverschrokken eren van de Zon vernietigt alle obstructies en vervult alle wensen.”

 

© 2003 Holisan BV, Lelystad

Filosofie van ayurveda I

Nyaya en Vaisheshika

In dit hoofdstuk Filosofie I vind je de volgende onderwerpen:

  • Inleiding
  • Nyaya
  • Vaisheshika

In het hierop volgende hoofdstuk Filosofie II vind je onderstaande onderwerpen:

  • Sankhya
  • Yoga
  • Mimamsa
  • Vedanta
  • Boeddhisme

Inleiding – Filosofie

Het waren de Veda’s die in India aan de basis van zowel de religie en mythologie als van de filosofie en wetenschap lagen. Ook op het gebied van filosofie en wetenschap was er veel activiteit en ontwikkeling in India. Hoewel filosofie er veel meer holistisch was dan wat nu in het moderne westen onder filosofie wordt verstaan en er altijd aandacht werd besteed aan eenheid van lichaam, geest en ziel en aan het bestaan van het goddelijke, was het tegelijkertijd wetenschappelijk objectief en praktisch gericht.

Veel van die praktische gerichtheid is terug te vinden in de basisprincipes zoals die in de Ayurveda gebruikt worden. Bij de afzonderlijke filosofische stromingen wordt in hoofdpunten aangegeven in welk opzicht zij bijgedragen hebben aan de leer van Ayurveda.

Nyaya

De filosofie van Nyaya richt zich met name op logica als methode van redeneren en voor wetenschappelijk debat. Nyaya heeft voornamelijk aan de Ayurveda bijgedragen wat betreft haar stellingen op het gebied van:

  • geldige kennis: kennis is geldig wanneer het voortkomt uit: o inferentie/afleiden – er is koorts, dus er is een teveel aan vuur in het lichaam. o vergelijking – er werden een aantal gevallen van malariakoorts met een bepaald medicijn genezen: uit vergelijkingen tussen die gevallen en de behandeling ervan kan men iets zeggen over succesvolle remedies. o authentieke getuigenis – waaronder ook het verhaal van de patiënt en de mondelinge overlevering van Ayurveda van leraar aan student.
  • de geesteswereld als materieel proces: de gedachten meten en categoriseren alle fysieke ervaringen en zijn nauw met de fysieke werkelijkheid verbonden – daarop is ook het moderne idee van psychosomatische ziekten gebaseerd.
  • scepticisme en twijfel: een logisch systeem van navragen en onderzoeken is belangrijk – daarmee verbonden is de anamnese van de patiënt.

Vaisheshika

Deze school wordt zo genoemd omdat zij Vishesha – het uniek zijn van dingen – als een aspect van de werkelijkheid ziet en het daarom als een aparte categorie bestudeert. Ook fysieke substantie in al haar facetten werd door deze school nauwkeurig bestudeerd. Natuur- en scheikunde van zowel lichaam als universum zijn dientengevolge belangrijke onderwerpen binnen deze filosofie. Vaisheshika is de eerste school die het bestaan van atomische deeltjes erkent. De praktische kant van deze leer benadrukt Dharma – het juiste handelen van de mens – aangezien dat tot het hoogste doel van bevrijding leidt.

Vaisheshika heeft voornamelijk aan de Ayurveda bijgedragen wat betreft haar stellingen op het gebied van:

  • logische analyse van substanties: de kwaliteiten van een substantie impliceren een bepaald effect – dit is met name van belang voor de ayurvedische farmacologie; gemberpoeder bijvoorbeeld heeft de kwaliteiten heet en droog, en het effect van gemberpoeder op het lichaam is dan ook verwarmend en drogend.
  • de leer van de atomen is belangrijk voor de cellulaire benadering van Ayurveda en voor het idee dat de microkosmos een afspiegeling van de macrokosmos is.

 

© 2003 Holisan BV, Lelystad

Filosofie van ayurveda II

Sankhya, Yoga, Mimamsa, Vedanta, Boeddhisme

In dit hoofdstuk Filosofie II vind je de volgende onderwerpen:

  • Sankhya
  • Yoga
  • Mimamsa
  • Vedanta
  • Boeddhisme

In Filosofie I vind je de voorafgaande onderwerpen:

  • Inleiding
  • Nyaya
  • Vaisheshika

Sankhya

Sankhya is een dualistische filosofie die gelooft in twee naast elkaar bestaande en onderling afhankelijke principes: het zuivere bewustzijn en de materiële potentie van het universum dat zelf geen bewustzijn heeft. Purusha en Prakruti ofwel energie en materie. In Prakruti bevinden zich drie potenties: licht, activiteit en inertie. De verhoudingen van deze drie principes bepalen hoe de wereld en dingen in de wereld eruit zien. Dat geldt ook voor het lichaam en de geest.

De Sankhya filosofie geeft – vanuit deze dualistische basis – een verklaring van het afdalen van puur bewustzijn in onbewuste materie en geeft een handleiding om van daaruit weer naar puur bewustzijn op te stijgen. Sankhya heeft van alle filosofische stromingen de meeste invloed op Ayurveda gehad.

Sankhya heeft voornamelijk aan de Ayurveda bijgedragen wat betreft haar stellingen op het gebied van:

  • het zien van het leven als een manifestatie van bewustzijn – dit heeft zijn invloed op de psychosomatische benadering van Ayurveda en de belangrijke plaats die de geest en het bewustzijn zowel voor de patiënt als voor de arts of therapeut heeft.
  • de leer van oorzaak en gevolg; een oorzaak is een gevolg in potentie, en een gevolg is een oorzaak die zich ontvouwt heeft – dit principe is van belang voor de ayurvedische ziekteleer alsmede farmacologie.
  • diversiteit in eenheid: iedere fysieke manifestatie heeft unieke kenmerken die onderhevig zijn aan universele dynamische principes – voor Ayurveda is het van belang dat iedere patiënt als uniek wordt behandeld.
  • eenheid van lichaam, geest en ziel – belangrijk voor psychosomatische benadering en het formuleren van een hoger doel van geluk naast puur fysieke gezondheid.

Yoga

De filosofie van Yoga is nauw verbonden met de Sankhya filosofie, maar richt zich meer op het geestelijke, gedeeltelijk door middel van het lichamelijke.

Yoga heeft voornamelijk aan de Ayurveda bijgedragen wat betreft haar stellingen op het gebied van:

  • de kracht van de geest over het lichamelijke – yoga oefeningen beïnvloeden Prana en hebben via het psychosomatische complex ook direct met de gezondheid en kracht van het lichaam en haar weefsels te maken.
  • praktische disciplines voor het dagelijkse leven alsmede voor transcendente ervaringen – yoga disciplines en oefeningen hebben tegelijkertijd een functie op het gebied van lichamelijke gezondheid en geestelijke groei; met name voor direct fysiek effect kunnen bepaalde oefeningen binnen een ayurvedische aanpak voorgeschreven worden, terwijl dan tegelijkertijd aan het hogere doel gewerkt wordt zonder dat dat de nadruk krijgt.

Vedanta

Vedanta betekent ‘einde van het weten’ en is gebaseerd op de Veda’s en de Upanishaden, belangrijke filosofisch-religieuze teksten. Vedanta gaat ervan uit dat het uiteindelijke doel van het leven zelf-realisatie is, dat het individuele zelf uiteindelijk zuiver bewustzijn is, en dat alles in de fysieke wereld uiteindelijk een illusie is.

Vedanta heeft voornamelijk aan de Ayurveda bijgedragen wat betreft haar stellingen op het gebied van:

  • het belang van een leraar-leerling relatie bij het overdragen van wezenlijke kennis die verder gaat dan feiten alleen – ook binnen de ayurvedische traditie is er altijd vanuit gegaan dat overdracht van de essentie van de ayurvedische kennis het best van persoon tot persoon kan plaatsvinden, waarbij een goede en ervaren leraar essentieel is.
  • het doel van het leven is zelf-realisatie ofwel verlichting – dat is ook binnen Ayurveda het hogere doel waarvoor een goede gezondheid een belangrijk middel kan zijn om dat doel te bereiken.

Mimamsa

Mimamsa geeft in haar filosofie veel aandacht aan ritueel en geluid als een weg om de leer van de Veda’s te praktiseren. Het gaat daarbij om het uitvoeren van praktische en religieuze rituelen en het zingen van mantra’s om uiteindelijk dichter bij het ware zelf te komen.

Mimamsa heeft voornamelijk aan de Ayurveda bijgedragen wat betreft haar stellingen op het gebied van:

  • het belang van rituelen en routine als instrument voor transformatie – ook binnen de Ayurveda geldt een bepaalde dagelijkse routine, waarin ook een plaats aan het niet-fysieke aspect van het leven wordt gegeven – als een belangrijk instrument op de weg naar meer gezondheid van lichaam en geest.
  • reciteren als weg van groei en transformatie – ook binnen de Ayurveda wordt geluid, o.a. door middel van zingen of mantra’s reciteren – ingezet als instrument voor lichamelijke en geestelijke gezondheid, alsmede voor de overdracht van oude kennis.

Boeddhisme

Het boeddhisme is gebaseerd op de vier edele waarheden, die op zich weer voortkomen uit de Vedanta en Sankhya filosofie:

1) Lijden bestaat.

2) Er is een oorzaak van lijden.

3) Lijden kan gestopt worden.

4) Er is een manier om lijden te doen stoppen.

Het beëindigen van het lijden en de illusie van de materiële wereld zijn essentieel.

Boeddhisme heeft voornamelijk aan de Ayurveda bijgedragen wat betreft haar stellingen op het gebied van:

  • lijden en de mogelijkheid lijden te overstijgen – in de Ayurveda wordt dat heel praktisch ingevuld zowel naar de patiënt als naar de dokter of therapeut en diens rol andere mensen te helpen lijden te verminderen dan wel te overwinnen.
  • het volgen van een middenweg – in de Ayurveda gaat men ervan uit dat behandelingen in het algemeen gesproken niet extreem dienen te zijn.
  • meditatie – simpele meditaties brengen de geest meer tot rust en dienen binnen de ayurvedische behandeling ter ondersteuning van gezondheid van lichaam en ziel.

 

© 2003 Holisan BV, Lelystad

Geschiedenis van de ayurvedische literatuur I

De Veda’s en de grote drie klassiekers

In dit hoofdstuk Geschiedenis ayurvedische literatuur I vind je de volgende onderwerpen:

  • Inleiding
  • De Veda’s
  • De grote drie klassiekers

In het vervolgende hoofdstuk Geschiedenis van de ayurvedische literatuur II vind je de onderstaande onderwerpen:

  • Andere namen en werken: de kleine drie klassiekers

Inleiding – Geschiedenis Ayurveda

Ayurveda is een heel oud systeem van geneeskunde waarvan de wortels waarschijnlijk in de tijden van de Veda’s liggen. Men gaat ervan uit dat de Veda’s 6000 jaar oud zijn. Ayurveda behoort tot de sub-Veda’s en de klassieke ayurvedische geschriften zijn van een latere datum dan de Veda’s.

Ayurveda heeft zich door de tijd heen ontwikkeld en door de gehele geschiedenis heen zijn er nieuwe bijdragen geleverd, waarvan sommige op schrift zijn gesteld en andere mondeling overgeleverd zijn.

De Veda’s

Historisch gezien is de geschiedenis van Ayurveda de geschiedenis van haar medische geschriften. De oudste literaire bronnen zijn de in het Sanskriet gestelde Veda’s. De Veda’s zijn de heilige geschriften van India en gaan over religieuze, filosofische en wereldse onderwerpen. Gezondheid en geneeskunde komen in de Veda’s ook aan de orde, zij het niet zo uitgebreid.

Deze traditionele kennis, die in voorafgaande perioden mondeling werd doorgeven, bestaat uit vier omvangrijke teksten: de Rig veda, Sama veda, Yajur veda en Atharva veda. Deze teksten zijn verschillend van opbouw en bevatten naast onder meer historische aantekeningen, wiskundige stellingen en astronomische waarnemingen, ook de eerste verhandelingen over medische wetenschap.

Met name de Rig veda en de Atharva veda bevatten diverse verwijzingen naar geneeskundige kennis. Er worden lijsten met geneeskrachtige planten en kruiden vermeld, maar ook het gebruik van prothesen, de behandeling van vele ziekten en zelfs het uitvoeren van operaties komen in deze teksten aan de orde.

Met name in de Atharva Veda zijn verwijzingen naar geneeskundige praktijken en kennis te vinden.

De drie grote klassiekers

In de vedische periode (6000 v. Chr. tot 600 v. Chr.) werden bijeenkomsten georganiseerd waarbij experts van verschillende vakgebieden samenkwamen. Naar aanleiding van één van deze bijeenkomsten zijn de oudste ayurvedische compilaties opgesteld: de Agnivesa Samhita en de werken van de artsen Bhela en Harita.

Het eerste werk is in de vorm van de, in later tijd geschreven, Charaka Samhita praktisch in zijn geheel bewaard gebleven. Van de andere werken zijn slechts fragmenten voorhanden. In al deze teksten wordt aan een achtvoudige indeling van geneeskundige vakgebieden gerefereerd:

1. Interne geneeskunde

2. Kindergeneeskunde

3. Chirurgie

4. Psychologie en psychiatrie

5. Keel-, neus-, oor- en oogheelkunde

6. Toxicologie

7. Verjonging

8. Vruchtbaarheid

Nadat Ayurveda waarschijnlijk eeuwenlang mondeling was overgeleverd, brak er in het eerste millennium voor Christus dus een tijd aan waarin een aantal artsen hun kennis op schrift begonnen te zetten. In de traditie van de mondelinge overlevering gebeurde dit vaak in poëtische vorm, ook omdat de kennis op die manier beter te onthouden zou zijn.

Het geneeskundig onderwijs rond de 7e eeuw v. Chr. vond plaats aan faculteiten van universiteiten in de grote steden. Sommige grotere universiteiten besloegen meer dan een vierkante kilometer. De gebouwen boden plaats aan zo’n vijftienhonderd professoren en tienduizenden studenten. Taxila bezat reeds in de 7e eeuw v. Chr. een grote internationale faam als universiteitsstad. Het was een centrum van studie dat openstond voor Griekse, Arabische en Chinese wetenschappers.

Er waren in die tijd drie grote artsen wier werk tot op de dag van vandaag bewaard gebleven is en die nu bekend staan als de Drie Groten. Deze drie geneeskundige wetenschappers en hun werken zijn:

Charaka – Charaka Samhita

Sushruta – Sushruta Samhita

Vaghbata – Ashtanga Hridayam

Ieder van deze drie was gespecialiseerd in een bepaalde richting en hun werken onderscheiden zich daardoor ook wat betreft inhoud en nadruk op bepaalde onderwerpen.

De belangrijkste kenmerken van ieder van deze drie werken is:

Charaka Samhita: achtergronden, filosofie en interne geneeskunde; fundamentele concepten, ziekte-oorzaken, voeding, pathologie, anatomie, embryologie, diagnose en prognose, therapie, farmacologie.

De Charaka Samhita is het oudste bewaard gebleven medische manuscript. Het boek is een samenvoeging van de werken van Atreya Muni, Agnivesha en andere auteurs en vormt een van de standaardwerken van ayurveda op het gebied van interne geneeskunde.

Sushruta Samhita: interne geneeskunde en chirurgie; plastische chirurgie, huidtransplantaties, amputaties; letsel door ongevallen, ouderdoms en geestesziekten, anatomie, pathologie, diagnose, medicinale planten en mineralen.

Een minstens even belangrijk werk is de Sushruta Samhita, geschreven door de arts Sushruta, die leefde en werkte in de stad Benares ofwel Varanasi. In dit boek ligt de nadruk meer op chirurgie, maar in grote lijnen omvat het dezelfde geneeskundige kennis als de Charaka Samhita. Uit hun vorm valt af te leiden dat beide werken een reeds lang bestaand en uitgewerkt medisch systeem beschrijven.

Klaarblijkelijk zijn deze compilaties indertijd opgesteld met als doel de toenmalige medische kennis in zijn totaliteit weer te geven. Opvallend is de buitengewoon krachtige en samenvattende stijl. De teksten getuigen van een vergaand rationeel begrip van fysiologische en pathologische fenomenen. De gegevens die ze bevatten hebben betrekking op reële ziektebeschrijvingen, de meest effectieve behandeling en de toegepaste geneesmiddelen.

Al met al kan worden gesteld dat zowel de Charaka Samhita als de Sushruta Samhita een opmerkelijke hoeveelheid informatie bieden met betrekking tot vaststelling van ziekten, pathologie en werking van medicijnen.

Ashtanga Hridayam: een beknopte compilatie uit beide voorgaande geschriften

1. Grondbeginselen: gezondheid, vitaliteit, voedingsleer, hygiëne, ziekteoorzaken, bioritmen, kruidenleer, werking van smaken van voedsel en kruiden, tridosha, therapie, chirurgie

2. Anatomie, zwangerschap, constitutieleer

3. Diagnostiek, pathologie

4. Specifieke behandelingen

5. Reinigingstherapie

6. Relatie tussen de verschillende specialismen

Dit werk is veel later geschreven dan de hierboven genoemde twee werken, en het vormt een goede samenvatting van beiden. Tot op de dag van vandaag een veel gebruikt standaardwerk aan de ayurvedische universiteiten en scholen in India. In Zuid India en Sri Lanka is een groot deel van de ayurvedische behandeling gebaseerd op de instructies van dit geschrift. Vagbhata, de auteur van dit werk, vermeldt voor de eerste maal het gebruik van kwikzilver als remedie. Er bestaan een aantal belangrijke commentaren van later datum op dit werk.

 

© 2003 Holisan BV, Lelystad

Geschiedenis van de ayurvedische literatuur II

Andere namen en werken: de kleine drie klassiekers

In dit hoofdstuk Geschiedenis ayurvedische literatuur II vind je de volgende onderwerpen:

  • Andere namen en werken: de kleine drie klassiekers

In Geschiedenis van de ayurvedische literatuur I vind je de voorafgaande onderwerpen:

  • Inleiding
  • De Veda’s
  • De grote drie klassiekers

Andere namen en werken

Naast de ‘Drie Grote’ zijn er ook drie auteurs en hun werken die worden aangeduid met de ‘Drie Kleine’, allemaal van later datum – ook ten opzichte van elkaar. De werken die na Vagbhata gepubliceerd zijn, kenmerken zich door minder nadruk op chirurgie en meer nadruk op het gebruik van mineralen en chemicaliën bij de behandeling.

Madhava – Madhava Nidana 700 n. Chr.: ziekte-oorzaken, pathologie, symptomenleer, prognose.

Dit werk gaat met name over de diagnose van bepaalde ziekten. In de Madhava Nidana wordt voor het eerst duidelijk melding gemaakt van een syndroom met de naam Amavata, hetgeen vergeleken kan worden met wat in deze tijd wordt aangeduid met reumatoïde artritis. Ook wordt specifiek ingegaan op een aantal neurologische aandoeningen (Vata-Vyadhi).

Sarangadhara – Sarangadhara Samhita 1226 n. Chr. : huisartsengeneeskunde: terminologie, maateenheden, farmacologie, polsdiagnose, medicijnen, therapie.

Dit werk systematiseert verschillende materia medica’s en is nog steeds een veel gebruikt standaardwerk. Deze collectie bevat beschrijvingen van een aantal nieuwe syndromen en behandelingen, actueel geworden in de 13e eeuw. Tevens zijn in dit werk principes en recepten uit de Unani geneeskunde opgenomen. In ayurvedische geneeskunde wordt er regelmatig naar het gebruik van urine, met name koeienurine, verwezen.

In de Sarangadhara Samhita wordt ook naar mensenurine als remedie verwezen. Bloed wordt in dit geschrift bijna als een soort vierde Dosha beschouwd. Alchemie speelt een belangrijke rol en voor het eerst is er een duidelijke verwijzing naar het nemen van de pols bij de diagnose.

Bhava Misra – Bhava Prakasa 1558 n. Chr. : ziekte-oorzaken, symptomen, behandeling.

De arts die dit werk geschreven heeft, leefde in de 16e eeuw. De Bhava Prakash is in een simpele stijl geschreven en makkelijk te lezen. Het beschrijft de nieuwe ziekte syfilis, door de Portugezen in India terecht gekomen.

Het werk beschrijft de ontwikkeling van Ayurveda alsmede vele behandelingsmethoden. Ook geeft het gedetailleerde beschrijvingen van de lever en van Ojas. De Bhava Prakasa beschrijft een aantal nieuwe remedies in de materia medica. Tevens gaat het werk in op verschillende methoden van diagnose en onderzoek van de patiënt: de Trividha Pariksha (drievoudig onderzoek), Asthavidha Pariksha (achtvoudig onderzoek).

 

© 2003 Holisan BV, Lelystad

De 8 hoofdrichtingen van Ayurveda

In dit hoofdstuk De 8 hoofdrichtingen van Ayurveda vind je de volgende onderwerpen:

  • Inleiding
  • De 8 hoofdrichtingen van Ayurveda

Inleiding – Specialismen in Ayurveda

Ayurveda heeft zich in de loop der millennia steeds ontwikkeld en vormt daarmee een dynamische wetenschap. In de klassieke werken bestond echter al een onderverdeling in specialiteiten en vakgebieden die deels overeenkomt met de indelingen die we in de moderne geneeskunde van vandaag de dag terugvinden.

De 8 hoofdrichtingen van Ayurveda

Er zijn 8 hoofdrichtingen of specialismen binnen Ayurveda:

  • interne geneeskunde
  • chirurgie
  • keel-, neus- en oorgeneeskunde
  • pediatrie en gynaecologie
  • toxicologie
  • psychiatrie
  • verjonging (geriatrie en revitalisering)
  • afrodisiaca (vruchtbaarheid en viriliteit)

In de Ayurvedische literatuur worden de drie belangrijkste oude teksten toegeschreven aan of omschreven als de ‘Drie Groten’: Charaka, Sushruta en Vagbhata. Uit hun tijd – meer dan 2000 jaar geleden – stamt de verdeling van Ayurveda in 8 takken. Die verdeling is in grote lijnen door de geschiedenis van Ayurveda heen aangehouden. Het is opmerkelijk dat een tak als chirurgie ook toen al als een van de takken gold. De 8 specialisaties doen – hoe oud ze ook zijn – op een bepaalde manier zeer modern en up-to-date aan; men zou ze ook nu nog als afdelingen in een modern ziekenhuis kunnen aantreffen.

Vaghbata Sutrasthan Hoofdstuk 1

Kaya bala grahordvanga shalya damstra jara vrishan

Asthavangani tasyahush chikitsa yeshu samshrita

“Interne geneeskunde, pediatrie, psychiatrie, KNO, chirurgie, toxicologie, geriatrie en virilisatie, dat zijn de acht takken (van Ayurveda) waarin de behandeling van ziekte wordt uitgelegd.”

Va. Su. 1

De acht specialisaties van Ayurveda

1) Kaya: dit Sanskriet woord betekent oorspronkelijk ‘vuur’ of ‘voedsel dat in een grote pot gekookt wordt’. Vanuit die betekenis is het toegepast op het lichaam: het lichaam is als het ware een groot kookvat waarin Agni – vuur – haar verteringswerk doet en voedsel omzet in lichaamsweefsels en bewustzijn.

Kaya Chikista is de behandeling van Agni in het lichaam en alle fysiologische processen – gerepresenteerd door de Dosha’s Vata, Pitta en Kapha – die daarmee verbonden zijn. Deze fysiologische benadering en de behandeling die daaruit voortvloeit, kan het best met de term ‘interne geneeskunde’ omschreven worden.

2) Bala: dit woord betekent ‘kind’. Bala is hier een verkorting voor Bala Tantra. Tantra betekent ‘methode, techniek, procedure’. Bala Tantra wordt ook wel omschreven met de term Kaumarbridyatantra, de methode die de intelligentie van het kind stimuleert (en dat geldt zowel wat betreft educatie als wat betreft voeding e.d.). Onder Bala Tantra valt ook Stri Roga – gynaecologie.

3) Graha: dit woord betekent ‘dat wat grijpt’ (vergelijk met ‘door iets gegrepen worden’ of met ‘bezeten zijn’). Iedereen wordt door bepaalde concepten in de greep gehouden. In Ayurveda worden bepaalde, mentaal-emotionele, concepten toegeschreven aan ‘planeten’, die dan ook Graha’s genoemd worden. Mensen kunnen op een pathologische wijze door planeten gegrepen worden, maar eveneens door geesten en andere wezens. Dit kan leiden tot geestesstoornissen die in de Ayurveda uitgebreid behandeld en besproken worden.

De Ayurvedische psychiatrische therapie bestaat uit: kruiden, vuurceremonies, offeranden, puja’s (religieuze ceremonies, vaak voor bepaalde godheden of planeten), het branden van kaarzen of wierook, mantra (het herhalen van bepaalde heilige klanken), yantra (heilige symbolen) en bidden.

4) Urdhva: dit woord betekent ‘boven(ste)’ en verwijst naar het gebied boven het sternum (borstbeen). De behandeling van hoofd en nek richt zich met name op keel, neus en oren, vandaar de vertaling met de moderne equivalent KNO. Binnen deze algemene specialisatie zijn er verschillende subspecialisaties. Een daarvan is Shalyaka Tantra, de behandeling van de voorhoofdsholten met behulp van stokjes en slangetjes.

5) Shalya: dit woord betekent ‘lichaamsvreemd voorwerp’ en verwijst oorspronkelijk naar wapens zoals pijlen, speren, messen, etc. Chirurgie lijkt zich vooral ontwikkeld te hebben op het slagveld, alwaar bij gewonden ‘vreemde’ objecten uit het lichaam verwijderd dienden te worden.

6) Damstra: dit woord verwijst naar Agadatantra, de leer van het toedienen van tegengif; dit onderdeel ontwikkelde zich mede door de toepassing van gif in oorlogswapens zoals pijlen, alsmede door ongevallen met slangenbeten en dergelijke.

7) Jara: dit woord betekent ‘ouderdom’ en verwijst naar het gebied van de de geriatrie en naar de goed ontwikkelde tak van verjongingstherapieën en revitalisering, ook wel aangeduid met Rasayana Tantra.

8) Vrishan: dit woord betekent ‘stier’ of ‘kracht’ en verwijst naar het gebied van de stimulerende en versterkende remedies wat betreft seksuele activiteit en potentie. Dit gebied was in Ayurveda ver ontwikkeld, deels ter verhoging van genot in dienst van betere gezondheid en meer geluk, deels om te zorgen voor een sterk en gezond nageslacht.

 

© 2003 Holisan BV, Lelystad

Overige specialismen in Ayurveda

In dit hoofdstuk Overige Specialismen in Ayurveda vind je de volgende onderwerpen:

  • Inleiding
  • De overige specialismen in Ayurveda

Inleiding – Overige specialismen in Ayurveda

Naast de 8 hoofdrichtingen van de klassieke Ayurveda hebben zich in de loop der tijd andere vakgebieden ontwikkeld. In de beoefening van de moderne Ayurveda valt daar in principe nu ook allopathie en haar indelingen onder. Ayurveda is in die zin een allesomvattende en niet-uitsluitende gezondheidswetenschap, altijd open voor nieuwe richtingen. Daarbij staan niet de richtingen zelf centraal, maar het ayurvedische denken en paradigma vormen de kern van alle richtingen, specialismen en vakgebieden.

Overige specialismen die zich in de loop der tijd binnen Ayurveda ontwikkeld hebben:

  • Sharira-rachana: Sharira betekent ‘lichaam’ en Rachana verwijst naar de ordening daarbinnen van structuren en organen. Dit vakgebied houdt zich o.a. bezig met anatomie, marmapunten, en embryologie.
  • Sharira-kriya: dit onderdeel houdt zich bezig met fysiologie en richt zich op de leer van de Tridosha, Panchamahabhoota en een aantal andere typisch ayurvedische concepten.
  • Swasthavritta: dit onderdeel houdt zich bezig met het concept van gezondheid en kan vergeleken worden met wat we heden aanduiden met preventieve geneeskunde en gezondheidsleer. Swastha betekent ‘gezondheid’ en Vritta betekent ‘routine’. Ayurveda is een actieve therapie en ieder die zijn of haar gezondheid in stand wil houden dient een aantal regels te volgen en zich aan een bepaalde discipline te houden, afgestemd op het ritme van de natuur en van de kosmos.
  • Rognidana en Vikruti Vignyana: dit onderdeel houdt zich bezig met het concept van etiologie en pathologie in Ayurveda. Om de etiologie van ziekte te kunnen begrijpen gaat Ayurveda terug naar het diepste niveau van het bewustzijn. Ayurveda gaat ervan uit dat alle ziekten uiteindelijk zijn terug te voeren naar een verstoord evenwicht tussen lichaam en geest.
  • Dravyaguna, Karmavignyana: dit onderdeel richt zich op de substanties en hun kwaliteiten en uitwerkingen, hetgeen we kunnen aanduiden met ayurvedische farmacologie. Smaak, kwaliteit, potentie en energetische uitwerking spelen hierbij een belangrijke rol.
  • Rasa Shastra: Rasa betekent ‘kwikzilver’ en Shastra betekent ‘wetenschap’. Dit onderdeel verwijst naar de alchemistische branche binnen Ayurveda, die haar wortels heeft in de vroegste ontstaansgeschiedenis van Ayurveda, maar zich pas na 1000 AD echt ontwikkeld heeft en op schrift gesteld is. Deze tak van wetenschap houdt zich bezig met het zuiveren en oxideren van allerlei metalen en mineralen, als basis voor krachtige remedies.
  • Bhaishajya Kalpana: farmaceutische tak van wetenschap.
  • Mano Roga: psychiatrie.
  • Pancha Karma : detoxificatie d.m.v. vijfvoudige reinigingstechnieken.

 

© 2003 Holisan BV, Lelystad

Parallellen tussen Ayurveda en andere natuurlijke geneeswijzen I

I Griekse geneeskunde (Hippocrates) en Unani

In dit hoofdstuk Parallellen tussen Ayurveda en andere natuurlijke geneeswijzen I vind je de volgende onderwerpen:

  • Inleiding
  • Griekse geneeskunde (Hippocrates)
  • Unani geneeskunde

In het vervolgende hoofdstuk Parallellen tussen Ayurveda en andere natuurlijke geneeswijzen II vind je onderstaande onderwerpen:

  • Tibetaanse geneeskunde
  • Chinese geneeskunde

Inleiding – Parallellen met andere natuurgeneeswijzen

Ayurveda toont op verschillende gebieden overeenkomsten met andere natuurgeneeswijzen, met name met de Chinese, Tibetaanse, Griekse en Unani geneeskunde. Die overeenkomsten komen deels door onderlinge uitwisseling van kennis, en deels omdat de meeste natuurgeneeswijzen uiteindelijk gebaseerd zijn op de wetten van de natuur. Die wetten zijn universeel en overschrijden grenzen en culturen.

De Griekse Geneeskunde

De Indiase en de Griekse (en Europese) cultuur stammen van een zelfde oercultuur af, de Indo-Europese cultuur. Dit impliceert een gemeenschappelijke achtergrond op het gebied van taal, wetenschap en religie, en dat geldt ook voor het gebied van de geneeskunde. Er zijn duidelijke overeenkomsten tussen de twee systemen, enerzijds de oude Griekse geneeskunde en anderzijds de ayurvedische geneeskunde zoals die ook vandaag de dag nog wordt gebruikt.

De reden van die overeenkomsten kan ook liggen in de contacten die er in de loop der tijden blijkbaar altijd tussen deze twee culturen is geweest. Zo was bijvoorbeeld Alexander de Grote op zijn tochten tot ver in India doorgedrongen.

Waarschijnlijk spelen zowel de gemeenschappelijke, zelfde achtergrond alsmede de onderhouden contacten beide een rol.

Een paar voorbeelden van de genoemde overeenkomsten zijn:

1) In de Ayurveda kent men drie principes – Vata, Pitta en Kapha – die met de substanties gas/wind, gal en slijm verbonden zijn. Ook in de Griekse geneeskunde zijn deze drie principes of substanties terug te vinden. Later is dat een systeem van vier substanties of lichaamsvloeistoffen geworden.

2) In ons huidige smakenpalet gaan we meestal uit van de vier hoofdsmaken zoet, zuur, zout en bitter. De andere twee smaken – scherp en wrang – lijken een beetje op de achtergrond te staan. In de Ayurveda gaat men uit van zes smaken. Ook de Grieken kenden dezelfde zes smaken die in de geneeskunde van belang waren. De bekende filosoof Plato schreef over deze zes smaken. Voorbeeld (uit Plato: )

“Want wanneer aardedeeltjes de kleine vaatjes ingaan, die een soort testinstrumentjes van de tong zijn en naar het hart gaan, en daar de vochtige en zachte delen van het vlees beroeren, dan lossen zij daar op en doen de kleine vaatjes opdrogen en samentrekken; en als deze deeltjes erg ruw zijn worden ze ‘astringerend’ genoemd, wanneer ze iets minder ruw zijn ‘wrang’ (1).

De substanties die reinigend werken en de hele oppervlakte van de tong schoonmaken, en die dit grondig doen en zodanig werken dat zij een deel van de structuur van het vlees oplossen, hetgeen de eigenschap van basen is, die worden ‘bitter’ (2)genoemd.

Maar de substanties die niet die basische kwaliteit bezitten en de tong slechts op een gematigde manier schoonmaken, die zijn ‘zout’ (3) zonder bitterheid en worden door ons als meer aangenaam dan ‘bitter’ ervaren.

Die substanties die de warmte van de mond delen en daardoor ook zachter worden – terwijl zij zelf opgewarmd worden en op hun beurt verhitten wat hen opgewarmd heeft – en die op grond van hun eigenschap van lichtheid de neiging hebben naar de zintuigen in het hoofd te stijgen – daarbij in alles doordringend wat op hun pad komt – deze substanties worden op grond van deze eigenschappen ‘scherp’ (4) genoemd.

In andere gevallen bestaan de substanties uit een aarde-bevattende vloeistof dat alles doet oplichten en opstijgen, en geassocieerd is met gisten en fermenteren; de oorzaak van dergelijke condities wordt ‘zuur’ (5) genoemd.

De tegenovergestelde situatie van wat hierboven beschreven is, wordt teweeggebracht door de tegenovergestelde oorzaak: wanneer de structuur van de binnendringende deeltjes in de vochtige substantie – met een natuurlijke affiniteit voor de normale conditie van de tong – de tong soepel maakt door de ruwe delen te verzachten, en door datgene wat op onnatuurlijke wijze samengetrokken of uitgedijd is, te doen ontspannen of te bundelen, en op die wijze alles in haar natuurlijke staat terugbrengt, een dergelijke remedie tegen alle meer gewelddadige aandoeningen van de tong ervaren we als aangenaam en noemen we ‘zoet’ (6).”

3) Een aantal kruiden die binnen de Ayurvedische geneeskunde gebruikt wordt, vindt men ook terug in de Griekse geneeskunde, soms met de vermelding van Indiase afkomst erbij.

De Unani Geneeskunde

Nadat de Griekse cultuur in Griekenland zelf ten onder was gegaan, ontwikkelde zich in het Midden Oosten, met name in Alexandrië en omgeving eigen geneeskundige scholen. Deze scholen kwamen in de loop der tijd meer en meer onder Mohammedaanse invloed.

Vanuit deze scholen was er veel contact met Indiase scholen op geneeskundig gebied. Er vond een uitwisseling en vermenging plaats die uiteindelijk resulteerde in de Unani geneeskunde, die veel zowel Ayurvedische als oud Griekse elementen bevat. De Unani geneeswijze wordt vandaag de dag nog steeds in India – naast of samen met Ayurveda – gepraktiseerd in met name Moslemkringen.

Een paar voorbeelden van overeenkomsten tussen Unani en Ayurveda zijn:

1) Veel kruiden en remedies vindt men in beide systemen. In de ayurvedische Sarangadhara Samhita uit de 13e eeuw n. Chr. zijn voor het eerst Unani remedies en recepten opgenomen.

2) Zowel Unani als Ayurveda zijn gebaseerd op de elementen, maar – net als in de Griekse geneeskunde – wordt in de Unani geneeskunde over het algemeen uitgegaan van vier elementen, in plaats van de ayurvedische vijf elementen.

3) Zowel Unani als Ayurveda besteden veel aandacht aan de ‘dagelijkse routine’ als deel van therapie en ter preventie.

4) Olie- en zweetbehandelingen (Snehana en Swedana) hebben in beide systemen een belangrijke plaats. Datzelfde geldt ook voor de belangrijkste Pancha Karma methoden.

 

© 2003 Holisan BV, Lelystad

Parallellen tussen Ayurveda en andere natuurlijke geneeswijzen II

Tibetaanse en Chinese geneeskunde

In dit hoofdstuk Parallellen tussen Ayurveda en andere natuurlijke geneeswijzen II vind je de volgende onderwerpen:

  • Tibetaanse geneeskunde
  • Chinese geneeskunde

In Parallellen tussen Ayurveda en andere natuurlijke geneeswijzen I vind je de voorafgaande onderwerpen:

  • Inleiding
  • Griekse geneeskunde (Hippocrates)
  • Unani geneeskunde

De Tibetaanse Geneeskunde

Via het Boeddhisme, waarbinnen veel aanhangers van Ayurveda te vinden waren, verspreidde deze geneeswijze zich naar de gebieden ten noorden van India. Direct ten noorden van India ligt Tibet. Tibet kende voordat het Boeddhisme daar haar intrede deed, haar eigen religie, cultuur en wetenschap, en daar hoorde ook een eigen medische traditie bij.

Deze traditie heeft zich met de Ayurvedische kennis vermengd en een heel eigen traditionele geneeskunde voortgebracht die veel elementen uit de Ayurveda kent, maar tegelijkertijd ook meer shamanistische elementen alsmede een kruidenkennis die typisch voor de Tibetaanse hoogvlakten en haar klimaat is. De Tibetaanse geneeskunde wordt ook vandaag de dag nog met veel succes gepraktiseerd.

Een paar voorbeelden van overeenkomsten tussen Tibetaanse geneeskunde en Ayurveda zijn:

1) Beide systemen kennen een zeer geavanceerd systeem van polsdiagnose.

2) Beide systemen kennen een zeer geavanceerd systeem van urinediagnose.

3) In beide systemen neemt de plant Haritaki (Terminalia chebula) een zeer belangrijke plaats als een van de meest krachtige plantaardige remedies is. De medicijn-Boeddha wordt altijd met een takje Haritaki in zijn hand afgebeeld.

4) Beide systemen maken gebruik van een gedetailleerd systeem van vitale punten op en in het lichaam, zowel bij diagnose als bij behandeling.

De Chinese Geneeskunde

Ook het contact tussen de Chinese geneeskunde en Ayurveda is tot stand gekomen door de verspreiding van het Boeddhisme en daarmee van Ayurveda, naar de gebieden ten noorden van India. Bovendien zijn er tijden geweest dat delen van het noorden van India (o.a. Varanasi) bezet waren door Chinese heersers.

Ayurveda en Chinese geneeskunde zijn beide energetische en holistische gezondheidssystemen. Ayurveda werkt met vijf elementen en de Chinese geneeskunde werkt met vijf elementen. Ayurveda werkt met de begrippen van Nadi’s en Marmapunten, hetgeen een parallel vindt in de meridianen en acupunctuur punten van de Chinese geneeskunde.

Tussen beide systemen zijn er duidelijke parallellen, alhoewel ze absoluut niet precies overlappen of hetzelfde zijn. Maar ze hebben duidelijk gemeen dat het uitgangspunt gevormd wordt door het idee van een energielichaam, waarbinnen de belangrijke organen functioneel en energetisch met elkaar verbonden en van elkaar afhankelijk zijn.

Een ander punt van overeenkomst is het gegeven dat elk deel van het lichaam een afspiegeling is van het lichaam als geheel. Dit komt praktisch tot uiting in allerlei klinisch diagnostische aspecten van beide systemen: bijvoorbeeld gezichtsanalyse, polsdiagnose, irisdiagnose en tongdiagnose.

Een paar voorbeelden van overeenkomsten tussen Chinese geneeskunde en Ayurveda zijn:

1) Beide systemen gaan uit van het bestaan van een essentiële levenskracht (Chi, Prana).

2) Beide systemen gaan uit van een eenheid van lichaam en geest.

3) Beide systemen werken met een indeling in vijf elementen, die echter op zich wel van elkaar verschillen.

4) Er zijn veel overeenkomsten op het gebied van de materia medica.

 

© 2003 Holisan BV, Lelystad

Ayurveda naar het westen

In dit hoofdstuk Ayurveda naar het westen vind je de volgende onderwerpen:

  • Inleiding
  • De ontwikkeling van Ayurveda door de eeuwen heen
  • De invloed van de Britse overheersing op Ayurveda
  • Recente ontwikkelingen

Inleiding – Over de moderne ontwikkeling en gang van Ayurveda naar het Westen

Door de eeuwen heen zijn er altijd contacten blijven bestaan tussen de ayurvedische geneeskunde in het oosten en andere tradities in het westen, met het middenoosten als brug en kruispunt. Tijdens de Britse overheersing kwam er een zeer direct contact tot stand, dat echter door de Britten – die alles wat met Ayurveda te maken had boycotten en verboden – in de kiem werd gesmoord. De kracht van Ayurveda bleef levend – vaak in het geheim – en Ayurveda kwam direct na de Onafhankelijkheid weer tot bloei.

De ontwikkeling van Ayurveda door de eeuwen heen

In de derde eeuw v. Chr. werd tijdens de Maurya-dynastie door koning Asoka een netwerk van ziekenhuizen, gezondheidsklinieken en kruidenkwekerijen opgezet. Zijn regering luidde een periode van grote bloei van wetenschappen en kunsten in. Tezamen met het boeddhisme werd in de eeuwen daarna de ayurvedische gezondheidszorg overgebracht naar Tibet, Indochina, Indonesië, China en Japan, waar regionale varianten ontstonden. Khotan in Centraal Azië had een universiteit waar veel Indiase geleerden lesgaven. Door handelsrelaties en culturele invloed breidde ayurveda zich tot aan de 15e eeuw uit tot over een groot gedeelte van Zuidoost Azië, inclusief de ontelbare eilanden van de Oostindische archipel, van Sumatra tot Nieuw-Guinea.

In de 8e eeuw stelden verscheidene ziekenhuizen in Bagdad en andere plaatsen in het Midden-Oosten ayurvedische artsen in leidinggevende functies aan. De roem van het ayurvedische geneeskundig systeem verspreidde zich over de hele toenmalige beschaafde wereld: Perzië, Arabië, Griekenland, Rome en China. India werd gezien als het centrum van kennis en veel filosofen en geleerden bezochten India om nieuwe kennis op te doen.

Vanaf de 4e eeuw kregen de universiteiten van Nalanda en Valabhi een belangrijke functie. Hier werden wetenschappen als wiskunde, astronomie en geneeskunde verder ontwikkeld. Varahamihira, een veelzijdig geleerde uit die tijd, deed hier zijn botanisch en farmacologisch onderzoek. Nalanda trok veel studenten aan vanuit het buitenland.

De toelatingseisen waren hoog; slechts een op de tien studenten werd toegelaten. Deze universiteiten werden gefinancierd door de omliggende steden. Naar verluidt beschikte de universiteit van Nalanda in de 12e eeuw over een bibliotheek van negen miljoen boeken. Na de plundering in 1199 door Afghaanse legertroepen, brandden de restanten van de bibliotheek zes maanden lang.

De invloed van de Britse overheersing op Ayurveda

Halverwege de 19e eeuw veranderde het beleid van de Engelse kolonisator ten aanzien de Indiase samenleving. Zo kreeg de Calcutta Native Medical Association, de overkoepelende organisatie die zich inzette voor de ayurvedische geneeskunde, in 1835 de opdracht om niet langer de grondbeginselen van ayurveda te verspreiden.

In plaats daarvan werd overgegaan tot de oprichting van medische faculteiten naar Europees model. Deze maatregel had echter nauwelijks invloed op de Indiase gezondheidszorg. In vergelijking met volgens de oude tradities geschoolde artsen, bleef het aantal moderne artsen klein. Veel afgestudeerden verkozen een baan bij snel groeiende staatsinstellingen zoals het leger, het gevangeniswezen en de spoorwegen.

Rond de eeuwwisseling vond een polarisatie plaats. Geregistreerde artsen die samenwerkten met ayurvedische artsen werden bedreigd met intrekking van hun registratie als arts. In het spoor van de nationale bewustwording rond 1920, herleefde de scholing in ayurveda weer. In 1921 opende Mahatma Gandhi in Delhi het Tibbi College, waarna andere instellingen snel volgden.

Recente ontwikkelingen

Na de onafhankelijkheid in 1947 ontstond door toedoen van de Indiase regering een redelijke mate van integratie van ayurveda en moderne geneeskunde. Er zijn verschillende projecten gestart met het doel opleidingen en wetenschappelijk onderzoek te bevorderen.

Op het ogenblik zijn er rond de 125 universiteiten en instituten voor opleidingen in de ayurvedische geneeskunde. Veel daarvan zijn verbonden met een universiteitsziekenhuis. Vanaf 1963 kon men nog westerse geneeskunde en ayurveda parallel aan elkaar studeren. Op dit moment moet de student op sommige universiteiten een keuze maken. De vraag naar een plaats op de universiteit is zeer groot en velen worden dan ook uitgeloot. De opleiding tot ayurvedisch arts duurt vijf en een half jaar. Als de student zich toelegt op chirurgie, dan omvat het pakket behalve moderne chirurgie ook ayurvedische specialismen als de behandeling van hemorroïden, oogchirurgie en kaakchirurgie.

 

© 2003 Holisan BV, Lelystad